"This I am sure, whoever, either ruler or subject, by force goes about to invade the rights of either prince or people, and lays the foundation for overturning the constitution and frame of any just government, is highly guilty of the greatest crime, I think, a man is capable of, being to answer for all those mischiefs of blood, rapine, and desolation, which the breaking to pieces of governments bring on a country. And he who does it, is justly to be esteemed the common enemy and pest of mankind, and is to be treated accordingly." (p. 116)
John Locke, Second Treatise of Government (ed. C.B. Macpherson), Indianapolis: Hackett Publishing Company, Inc. 1980.
Een regering kan omvergeworpen worden door een aanval van buiten, of door een aanval van binnen. In het tweede geval is sprake van rebellie. Volgens Locke kan rebellie zowel gepleegd worden door heersers als door onderdanen. Want volgens hem is rebellie geen verzet tegen personen (heersers), maar tegen autoriteit (§ 226). Rebellie is geweld zonder autoriteit (§ 227). Autoriteit is de exclusieve bevoegdheid om de wet te handhaven, die gebaseerd op de constitutie. De burgerlijke regering en de wetten zijn erop gericht om de individuen te beschermen in hun recht op eigendom, dat ook hun recht op leven en vrijheid omvat. Degenen die door middel van geweld de regering omverwerpen, de wetten overtreden en inbreuk maken op de rechten van individuen zijn rebellen. Zij rebelleren tegen de politieke samenleving en de burgerlijke regering, waarin de individuen zich hadden verenigd om hun eigendom te behouden. Bij het sociaal contract zijn de mensen immers overeengekomen dat iedereen zich aan de wetten moet houden en dat de regering uitsluitend geweld mag gebruiken op grond van een daaraan voorafgaande wet. Door geweld te gebruiken tegen de burgerlijke regering maken zij zich schuldig aan de grootste misdaad, namelijk: rebellie tegen een rechtvaardige regering. Want als iemand door middel van geweld de regering omverwerpt, vernietigt hij daarmee ook de onafhankelijke rechter. En wanneer er geen onafhankelijke rechter meer is om conflicten vreedzaam te beslechten keert de oorlogstoestand terug. Rebellie tegen een rechtvaardige regering leidt tot burgeroorlog en de rebellen zijn verantwoordelijk voor de dood en ellende die de oorlog teweeg brengt onder het volk. Maar het verzet tegen een tiran, die tegen zijn volk rebelleert, is volgens Locke niet onrechtvaardig. Want anders zouden deugdzame mensen zich ook niet mogen verzetten tegen rovers, verkrachters en moordenaars. Dat illustreert Locke aan de hand van de mythe van Odysseus, die samen met zijn mannen is overgeleverd aan de cycloop Polyphemos, zoon van de zeegod Poseidon en de gorgo Medousa. Om zichzelf en zijn mannen van deze mensenverslinder te bevrijden verzint Odysseus een list en gebruikt hij geweld. Daarmee bewijst Odysseus dat hij een goede leider is, die beschikt over de eigenschappen van de vos en de leeuw.
| Jacob Jordaens, Odysseus in de grot van Polyphemos, eerste helft 17e eeuw, Poesjkinmuseum, Moskou |
Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.