"[If] man in the state of nature be so free, as has been said; if he be absolute lord of his own person and possessions, equal to the greatest, and subject to nobody, why will he part with his freedom? why will he give up this empire, and subject himself to the dominion and controul of any other power? To which it is obvious to answer, that though in the state of nature he hath such a right, yet the enjoyment of it is very uncertain, and constantly exposed to the invasion of others: for all be kings as much as he, every man his equal, and the greater part no strict observers of equity and justice, the enjoyment of property he has in this state is very unsafe, very unsecure. This makes him willing to quit a condition, which, however free, is full of fears and continual dangers: and it is not without reason, that he seeks out, and is willing to join in society with others, who are already united, or have a mind to unite, for the mutual preservation of their lives, liberties and estates, which I call by the general name, property." (p. 65-66)
John Locke, Second Treatise of Government (ed. C.B. Macpherson), Indianapolis: Hackett Publishing Company, Inc. 1980.
Bij Locke gaat het individu vooraf aan de gemeenschap, dat wil zeggen: de subjectiviteit gaat vooraf aan de objectiviteit. Bij de oprichting van de staat gaat Locke daarom uit van het individu. Hij stelt de vraag waarom het individu de absolute macht of vrijheid die hij in de natuurtoestand heeft zou willen opgeven. De reden is dat zijn leven, vrijheid en goederen in de natuurtoestand niet gewaarborgd kunnen worden tegen inbreuken door anderen. Leven, vrijheid en goederen brengt Locke allemaal samen onder één gemeenschappelijke noemer, namelijk: eigendom. Het individu verenigt zich dus in een politieke gemeenschap met anderen tot wederzijds behoud van ieders eigendom. Het behoud van ieders eigendom is dan ook het belangrijkste doel van de politieke samenleving en de burgerlijke regering. In de natuurtoestand is het genot van eigendom voor iedereen onzeker en onveilig, omdat er bij eigendomsconflicten onenigheid kan bestaan over wat de natuurwet voorschrijft. Hoewel de natuurwet voor alle redelijke wezens duidelijk is, willen de mensen haar toch niet toepassen op hun eigendomsconflicten, omdat zij bevooroordeeld zijn. In de natuurtoestand is iedereen bovendien rechter in eigen zaak. Daardoor is conflictbeslechting partijdig. Wanneer iemand het leed moet vergelden dat hem, zijn familie, of vrienden is aangedaan bestaat het risico dat hij daarbij excessief geweld gebruikt, omdat hij verblind wordt door emoties van woede en verdriet. Dat leidt tot een vicieuze cirkel van wraak en weerwraak. Ten slotte bestaat het gevaar dat degene die de misdaad moet bestraffen niet machtig genoeg is, waardoor de misdadiger de dans ontspringt. Om die reden besluit het individu om de macht die hij in de natuurtoestand heeft over te dragen op de regering. In de natuurtoestand heeft hij twee machten: de macht om binnen de grenzen van het natuurrecht alles te doen wat nodig is voor zijn eigendomsbehoud en de macht om elke schending van het natuurrecht te bestraffen. De eerste draagt hij over aan de wetgevende macht en de tweede aan de uitvoerende macht. Daardoor wordt het geweldsmonopolie van de regering gevestigd en het verbod op eigenrichting ingesteld. Het doel van de regering is dan om de eigendom van het individu te beschermen door middel van kenbare en voorzienbare wetten, onpartijdige en rechtvaardige vonnissen, en efficiënte en proportionele straffen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.