"On voit [...] que l'acte d'association renferme un engagement réciproque du public avec les particuliers, et que chaque individu, contractant, pour ainsi dire, avec lui-même, se trouve engagé sous un double rapport: savoir, comme membre du Souverain envers les particuliers, et comme membre de l'État envers le Souverain." (p. 194)
Jean-Jacques Rousseau, Du Contrat Social (éd. Constant Bourquin), Genève: Les Éditions du Cheval Ailé.
Het maatschappelijk verdrag houdt een wederkerige verbintenis in van de individuen met de gemeenschap, waarbij ieder individu als het ware een dubbele verbintenis aangaat met zichzelf: als lid van de soeverein met de afzonderlijke individuen; als lid van de staat met de soeverein. Zo brengt ieder individu heel zijn persoon en kunnen in onder de leiding van de algemene wil; en gezamenlijk wordt ieder lid opgenomen als onscheidbaar deel van het geheel (I.6). Door deze oprichtingsdaad wordt een zedelijk lichaam in het leven geroepen, dat gevormd wordt door alle leden. Dit lichaam wordt staat genoemd in zoverre het passief is; soeverein in zoverre het actief is. Evenzo worden de leden burgers genoemd in zoverre zij actief zijn; onderdanen wanneer zij passief zijn. De staat en de burgers zijn als rechtssubjecten dragers van rechten en plichten. Rechten staan tegenover plichten. Tegenover de rechten van de burgers staan de plichten van de staat; tegenover de rechten van de soeverein staan de plichten van de onderdanen. Door het maatschappelijk verdrag verwerven de individuen rechten ten opzichte van zichzelf als onderdanen van de staat; en aanvaarden zij plichten ten opzichte van zichzelf als leden van de soeverein. Het ultieme recht van de soeverein is wetten vast te stellen in overeenstemming met de algemene wil. Daar tegenover staat de hoogste plicht van de onderdanen te gehoorzamen aan de wetten van de soeverein. De soeverein wordt gevormd door de afzonderlijke individuen. Dus zij stellen zichzelf de wet. Zij bezitten autonomie - afgeleid van Gr. autos (zelf) + nomos (wet) = autonomos (zelfwetgeving). Beroemd is Kants categorische imperatief: handel zo dat je tegelijk kunt willen dat de maxime van je handeling een algemene wet wordt. Maar vóór Kant was Rousseau.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.