vrijdag 14 juni 2013

De mythe van de oorsprong

"Rousseau is said by most commentators to have solved the chicken-and-egg problem of founding by introducing a lawgiver, a good man prior to good law, an objective or virtuous figure who can found the polity. Unfortunately the lawgiver also aggrevates the problem; he cannot just solve it, because his enrty onto the scene compromises the people's autonomy or equality, which Rousseau also seeks to secure as a condition of their ability freely to will the general will." (p. 119)



Bonnie Honig, "Between Decision and Deliberation: Political Paradox in Democratic Theory, in: Netherlands Journal of Legal Philosophy, R & R 2008/2.


File:Romolo e remo.jpg
Peter Paul Rubens, Romulus en Remus, c.a. 1616, Musei Capitolini, Rome


Wat was er eerst, de kip of het ei? In de politieke filosofie staat dit probleem bekend als de paradox van de oprichting. Wat was er eerst, een deugdzaam volk of goede wetgeving? Rousseau is de eerste die over dit probleem theoretiseert. In Boek II.7 (Du Législateur) van Du Contrat Social stelt hij: wil een volk deugdzaam worden door goede wetgeving, dan moeten de mensen vóór de wetten zijn wat ze door de wetten moeten worden. Volgens de meeste commentatoren lost Rousseau dit probleem op door een ideale wetgever te introduceren, een deugdzame man, die voorafgaat aan goede wetgeving. Deze wetgever is de oprichter van de staat. Volgens Honig heeft deze oplossing echter een beperking, omdat de wetgever afbreuk doet aan de autonomie van het volk. Want door het volk zijn wet op te leggen ontneemt hij het volk de mogelijkheid om zichzelf de wet op te leggen. Maar deze beperking is van gering belang, omdat het probleem de periode van oprichting overschrijdt. De wetgever richt zich namelijk alleen op het probleem van de oprichting, maar het probleem van de kip en het ei heeft betrekking op het politieke in het algemeen. In plaats van de paradox van de oprichting is sprake van de paradox van het politieke.

Volgens Honig c.s. is de oplossing van Rousseau eigenlijk niet de ideale wetgever, maar de plaatsbepaling van het probleem in de tijd. Door het probleem van de kip en het ei te beperken tot de periode van de oprichting, voorkomt Rousseau dat het probleem zich verder uitbreidt naar het politieke in het algemeen. Op die manier laat Rousseau de lezer concluderen dat de wetgever nodig is om door de periode van oprichting heen komen. De wetgever is de reïncarnatie van Machiavelli's heerser. Hij dwingt het volk om vrij te zijn en gebruikt religie als middel voor politiek (I.1 jo. 7 jo. II.7). Door de lezer te laten geloven dat de wetgever noodzakelijk is, speelt Rousseau hetzelfde spel! Want de paradox van het politieke beperkt zich niet tot de periode van oprichting. Immers iedere dag immigreren vreemdelingen onder een bestaand regiem; iedere dag worden kinderen geboren onder een bestaand volk. Dus de oorsprong van het volk is een mythe.

Aristoteles's oplossing voor het kip-en-ei-probleem is de onsterfelijkheid van soorten (Honig 2008, p. 134). Daardoor ontstaat een oneindige reeks van ouders en kinderen. Zo wijst Hannah Arendt erop dat de Amerikaanse revolutionairen succesvol waren, omdat zij decennia lang hadden geoefend met zelfbestuur. Hoewel de Amerikaanse Revolutie voor hen een nieuw begin was, werd zij voorafgegaan door generaties van ouders en kinderen die werden opgevoed tot vrijheid in bestaande praktijken en instituties volgens bestaande gewoonten, deugden en wetten. Arendt zegt ook dat ieder volk steeds weer overspoeld wordt door barbaren. Dat zijn de kinderen die worden geboren. Zo is ieder kind een Revolutie, een nieuw begin.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.