Thomas Hobbes, Leviathan (edited by Richard Tuck), Cambridge: Cambridge University Press, 1996.
In de natuurtoestand hebben mensen nog geen overeenstemming bereikt over wie er bevoegd is om wetten te maken. Zolang de mensen nog geen persoon geautoriseerd hebben om wetten te maken, kunnen er geen geldige wetten bestaan. Dus waar geen centrale autoriteit is, is er geen wet. Daar is ook geen recht of onrecht; rechtvaardigheid of onrechtvaardigheid; goed of kwaad. In de oorlog van allen tegen allen kan een persoon alleen heersen door middel van geweld en list. Daarom zijn kracht en bedrog de kardinale deugden in de oorlog. Dit gaat geheel in tegen de traditie van de deugdethiek, die aanvangt bij Plato. Volgens Plato waren de kardinale deugden namelijk verstandigheid, moed en gematigdheid. Een persoon die deze deugden bezat was ook een rechtvaardig mens.
De politieke filosofie van Hobbes vormt dus een breuk met de traditie. Deze breuk wordt ook zichtbaar in zijn stelling dat rechtvaardigheid en onrechtvaardheid geen eigenschappen zijn van lichaam of geest. Deze stelling impliceert namelijk een ontkenning van Aristoteles' stelling dat geluk een activiteit is van de ziel overeenkomstig haar voortreffelijkheid. Vervolgens keert Hobbes Aristoteles' stelling dat de mens een sociaal dier is om in de stelling dat de mens een asociaal dier is. Niet alleen keert hij zijn stelling om, maar ook het bewijs daarvoor. Want Aristoteles' bewijs voor zijn stelling dat de mens een sociaal dier is, was dat de mens zijn deugden alleen kan ontwikkelen binnen de gemeenschap. Maar om te bewijzen dat de mens een asociaal dier is voert Hobbes aan dat er in een mens die alleen op de wereld was geen rechtvaardigheid en onrechtvaardigheid zouden zijn. In deze mens zouden slechts zintuigen en hartstochten zijn. Deze mens zou behoefte hebben aan water, voedsel, kleding en onderdak. Maar als hij de enige op de wereld was, dan zou er ook geen schaarste zijn. Dan zou er ook geen strijd zijn, of afgunst wantrouwen en trots. Er zou dan ook geen oorlog meer zijn, omdat er geen ongelijkheid was. Want voor ongelijkheid en gelijkheid zijn tenminste twee mensen nodig.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.