"[...] this is another Errour of Aristotles Politiques, that in a well-ordered Common-wealth, not Men should govern, but the Laws. What man, that has his naturall Senses, though he can neither write or read, does not find himself governed by them he fears, and beleeves can kill or hurt him when he obeyeth not? or that beleeves the Law can hurt him; that is, Words, and Paper, without the Hands, and Swords of men? And this is of the number of pernicious Errors: for they induce men, as oft as they like not their Governours, to adhaere to those that call them Tyrants, and to think it lawfull to raise warre against them: And yet they are many times cherished from the Pulpit, by the Clergy." (p. 471)
Thomas Hobbes, Leviathan (edited by Richard Tuck), Cambridge: Cambridge University Press, 1996.

Rembrandt van Rijn, Aristoteles peinzend over de buste van Homerus, 1653, New York, The Metropolitan Museum of Art, New York
Dat een goed geordende staat niet geregeerd moet worden door mannen, maar door wetten, is volgens Hobbes één van de misvattingen uit de politieke filosofie van Aristoteles. Een andere misvatting is dat iedere regering, behalve de volksregering, een tirannie is. Daarnaast bespreekt Hobbes de misvattingen uit de metafysica en fysica van de "heidense filosofen" en scholastici. Al deze misvattingen zijn opgenomen in Leviathan, Part 4. The Kingdom of Darkness, Chapter 46. Darkness from vain philosophy and fabulous traditions. Deze titels zijn veelzeggend: het rijk der duisternis is de Rooms-katholieke Kerk met aan het hoofd de paus; de duisternis ontstaat door de misvattingen in de filosofie, die de macht van de paus beschermen. De macht van de paus is namelijk gebaseerd op de dwaalleer dat de Kerk die nu op aarde bestaat het koninkrijk van Christus is. Ten tijde van de Romeinse keizers hadden de pausen het recht gekregen om de hoogste uitleggers van de christelijke leer te zijn binnen het Romeinse Rijk. Zij hadden de titel van pontifex maximus aangenomen. Toen het Romeinse Rijk verdeeld raakte en uiteenviel namen zij ook nog de titel aan van opvolger van Petrus, plaatsvervanger van Christus op aarde. Daarmee verwierf de paus een grote macht over de onderdanen van christelijke vorsten. Volgens Hobbes verspreidt de geestelijke macht een spirituele duisternis via de universiteiten, die door de paus zijn opgericht en onder zijn gezag staan. Daar wordt de filosofie van Aristoteles onderwezen vermengd met de duistere taal van de scholastici. Aristoteles' leerstelling dat een goed geordende staat geregeerd moet worden door wetten, betekent dat een goede staat gebaseerd moet zijn op een goede constitutie, die de essentie of de ziel van de staat vormt (Aristoteles, Politica, Boek IV, Hoofdstuk VI). De beste constitutie is volgens Aristoteles een mengvorm van democratie en aristocratie. Een democratie is een regering door het volk; een aristocratie een regering door de besten. Democratie dreigt te ontaarden in ochlocratie; aristocratie in oligarchie. Ten derde onderscheidt Aristoteles nog de monarchie, die dreigt te vervallen tot een tirannie. Maar volgens Hobbes bestond het onderscheid tussen een monarchie en tirannie oorspronkelijk niet en was de tirannie slechts een naam, die door tegenstanders van een absoluut regiem gegeven werd aan iedere regering, die geen volksregering (democratie of aristocratie) was. Zonder een absoluut regiem zal het altijd oorlog zijn, want wetten ontlenen hun kracht aan wapenen en mannen en niet aan woorden en beloften. Daarom gelooft iemand met een gezond verstand ook niet dat wetten, i.e. woorden op papier, hem iets kunnen aandoen zonder menselijke handen en zwaarden. Hobbes vreest dat de macht van de soeverein ondermijnd wordt, door de verspreiding van duistere filosofie via universiteiten en kerken. Zo kan de geestelijke macht de onderdanen aansporen om in opstand te komen tegen de soeverein en dreigt het gevaar van een burgeroorlog.
"[...] this is another Errour of Aristotles Politiques, that in a well-ordered Common-wealth, not Men should govern, but the Laws. What man, that has his naturall Senses, though he can neither write or read, does not find himself governed by them he fears, and beleeves can kill or hurt him when he obeyeth not? or that beleeves the Law can hurt him; that is, Words, and Paper, without the Hands, and Swords of men? And this is of the number of pernicious Errors: for they induce men, as oft as they like not their Governours, to adhaere to those that call them Tyrants, and to think it lawfull to raise warre against them: And yet they are many times cherished from the Pulpit, by the Clergy." (p. 471)
Thomas Hobbes, Leviathan (edited by Richard Tuck), Cambridge: Cambridge University Press, 1996.
| Rembrandt van Rijn, Aristoteles peinzend over de buste van Homerus, 1653, New York, The Metropolitan Museum of Art, New York |
Dat een goed geordende staat niet geregeerd moet worden door mannen, maar door wetten, is volgens Hobbes één van de misvattingen uit de politieke filosofie van Aristoteles. Een andere misvatting is dat iedere regering, behalve de volksregering, een tirannie is. Daarnaast bespreekt Hobbes de misvattingen uit de metafysica en fysica van de "heidense filosofen" en scholastici. Al deze misvattingen zijn opgenomen in Leviathan, Part 4. The Kingdom of Darkness, Chapter 46. Darkness from vain philosophy and fabulous traditions. Deze titels zijn veelzeggend: het rijk der duisternis is de Rooms-katholieke Kerk met aan het hoofd de paus; de duisternis ontstaat door de misvattingen in de filosofie, die de macht van de paus beschermen. De macht van de paus is namelijk gebaseerd op de dwaalleer dat de Kerk die nu op aarde bestaat het koninkrijk van Christus is. Ten tijde van de Romeinse keizers hadden de pausen het recht gekregen om de hoogste uitleggers van de christelijke leer te zijn binnen het Romeinse Rijk. Zij hadden de titel van pontifex maximus aangenomen. Toen het Romeinse Rijk verdeeld raakte en uiteenviel namen zij ook nog de titel aan van opvolger van Petrus, plaatsvervanger van Christus op aarde. Daarmee verwierf de paus een grote macht over de onderdanen van christelijke vorsten. Volgens Hobbes verspreidt de geestelijke macht een spirituele duisternis via de universiteiten, die door de paus zijn opgericht en onder zijn gezag staan. Daar wordt de filosofie van Aristoteles onderwezen vermengd met de duistere taal van de scholastici. Aristoteles' leerstelling dat een goed geordende staat geregeerd moet worden door wetten, betekent dat een goede staat gebaseerd moet zijn op een goede constitutie, die de essentie of de ziel van de staat vormt (Aristoteles, Politica, Boek IV, Hoofdstuk VI). De beste constitutie is volgens Aristoteles een mengvorm van democratie en aristocratie. Een democratie is een regering door het volk; een aristocratie een regering door de besten. Democratie dreigt te ontaarden in ochlocratie; aristocratie in oligarchie. Ten derde onderscheidt Aristoteles nog de monarchie, die dreigt te vervallen tot een tirannie. Maar volgens Hobbes bestond het onderscheid tussen een monarchie en tirannie oorspronkelijk niet en was de tirannie slechts een naam, die door tegenstanders van een absoluut regiem gegeven werd aan iedere regering, die geen volksregering (democratie of aristocratie) was. Zonder een absoluut regiem zal het altijd oorlog zijn, want wetten ontlenen hun kracht aan wapenen en mannen en niet aan woorden en beloften. Daarom gelooft iemand met een gezond verstand ook niet dat wetten, i.e. woorden op papier, hem iets kunnen aandoen zonder menselijke handen en zwaarden. Hobbes vreest dat de macht van de soeverein ondermijnd wordt, door de verspreiding van duistere filosofie via universiteiten en kerken. Zo kan de geestelijke macht de onderdanen aansporen om in opstand te komen tegen de soeverein en dreigt het gevaar van een burgeroorlog.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.